De meest belangrijke verschillen tussen MAG (Argon/CO2) en Elektrode (vlamboog) lassen staan in onderstaande tabel.

MAG LAS ELEKTRODE LAS

Metal Active Gas  - draad met Argon en CO2 (2,5%-25%) gasbescherming

Laselektrode - staaldraad met mantel
Lassen van aluminium, RVS, staal ed. Lassen van staal ed.

In relatief korte tijd te leren

Langere inleertijd - hoogte van de lasstaaf verandert gedurende het lassen, starten van de lasboog, lasstaaf kan trillen
Geen slak Slakvorming over het laswerk (en mogelijk zelfs ín het laswerk)
Efficient en kostenbesparend Minder efficient en hogere kosten

Kortsluitboog bij 1.2 mm draad, 17Volt en 100 A tot 22 Volt en 200 A

Open boog bij 1.2 mm draad 27 Volt, 250 A tot 35 Volt en 400 A

 
Snelle las, vrijwel geen opschoonwerk achteraf Lasstaaf 'gaat op' en dient regelmatig vernieuwd te worden.
Lasslak dient verwijderd te worden na het lassen
Relatief lage kans op lasfouten Grotere kans op lasfouten (ingebrande slak, te dikke/dunne elektrode)
Overal toepasbaar behalve in winderige condities Veel toegepast in de bouw, zwaardere constructies
Vrij omvangrijke apparatuur Tegenwoordig in zeer compacte draagbare apparatuur verkrijgbaar
   
Geschikt voor plaatmateriaal Minder geschikt voor plaatmateriaal
Grote hitte Relatief beperkte hitte
 

Even mailen om een workshop te boeken. Alle workshops worden zeer regelmatig gegeven.